vrijdag 29 september 2017

Verstoppertje - hoofdstuk 5


Brisbane, twee weken en een dag eerder

Reinoud weet dat dat wat hij doet ver buiten het normale valt. Het is ontstaan tijdens zijn studententijd. Hij woonde in een flat en soms werd alle reuring van de jongens, met wie hij de etage deelde, hem te veel. Het park naast de studentenflat bracht soelaas. Het kwam niet in veel van zijn huisgenoten op om daar in het troosteloze stuk groen tussen de flatgebouwen te gaan zitten. Het was van een die keren, daar op het enige bankje in het park, dat het hem voor het eerst overkwam.
Hij keek naar beneden en zag bij zijn voeten de mieren druk in de weer met het wegsjouwen van zandkorreltjes uit een piepklein gaatje tussen de stenen van het pad. Hij keek er lang naar. In hun wereld was de berg groot en het gat groot genoeg om in te verdwijnen. Zijn hele jeugd had hij krampachtig de waarheid binnengehouden. Het zocht een uitweg, hij kon het niet meer goed binnenhouden.
Toen was het daar, die drang. Het nam hem over. Hij ademde diep in en niet meer uit. Zijn voet kwam omhoog, alleen zijn hiel raakte nog de grond. Langzaam draaide hij de voorkant van zijn enorme voet naar de mierenhoop. Heel langzaam drukte hij hem naar beneden. Hij ademde uit. Een aangename spanning vormde een bal in zijn buik. Het kneep daar samen. Hij drukte steeds harder, zijn hiel kwam van de grond. Het was net alsof hij even niet meer in het park was, niet meer in de grote buitenwereld. Alleen nog maar in het hier en nu, binnenin zijn eigen lichaam. Het was bijna meditatief. Na die keer zocht hij vaker naar een mierenhoop. En langzaam breidde hij zijn slachtoffergroep uit. Pissebedden, torren en spinnen moesten er aan geloven. Hij ging steeds een stap verder. Nu zijn het kleine dieren die het moeten ontgelden. Het geeft hem een beetje controle terug.

Iedere dag zonder antwoord van Wilma, groeit Reinouds vastberadenheid. Of zij nou mee wil werken of niet, hij gaat doorzetten. Nog vier keer stuurt hij zijn e-mail. Hij weet zeker dat hij een goed mailadres gebruikt. Ze negeert hem, zoals ze al zo lang doet, en niet alleen hem. Ze is op de vlucht voor alles wat er vroeger is gebeurd. Maar net zo goed als hij zijn afwijking niet meer kan negeren, kan zij wat hij wil niet meer wegklikken. Er is tegen de wenspot gewreven, de geest is uit de fles. Nog één keer gaat hij proberen om haar te bereiken. Als ze nu niet thuis geeft, dan zal hij het zonder haar doen.
Hij boekt alvast een ticket. Zijn vrouw gelooft zijn smoes over heimwee. Ze merkt op dat hij wat afwezig is de laatste tijd. Dat hij van een kort bezoek aan zijn vaderland vast zal opknappen. Nog een week moet hij naar kantoor maar daar lummelt hij maar wat. In gedachten neemt hij telkens weer alle stappen door die hij gaat nemen als hij eenmaal weer in zijn geboortedorp is. Het  voelt nu al lichter. Als hij weer in Australië terugkomt, is hij vast een ander mens.    

Geen opmerkingen:

Een reactie posten